Skip to main content Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Ginny Snippe – den Daas

Docent zorg
Werken bij Gilde Opleidingen
Sommige mensen twijfelen over wat bij ze past, anderen worden voor een vak geboren. Dit laatste geldt voor Ginny Snippe – den Daas (60). Op haar 17e ging ze de zorg in: “Daar hoefde ik niet over na te denken, ik wist het gewoon.” Op haar 21e werd ze aangenomen op de Intensive Care, waar ze ruim 20 jaar werkte. Toen ze om gezondheidsredenen niet meer in de zorg kon werken, volgde ze de lerarenopleiding. “Ik dacht: als ik het zelf niet meer kan, ga ik studenten opleiden voor het mooiste vak van de wereld.” Maar tegelijkertijd bereidt ze hen ook voor op hoe zwaar dat vak kan zijn.

“Mijn eerste vraag is altijd: hoe gaat het met jullie?”

Ginny’s betrokkenheid is ook een vak

De zorg verandert

“De zorg is heel anders dan vroeger. Toen ik op mijn 21ste op de Intensive Care stond, was het vak veel minder intensief. Er liggen geen zorgvragen meer in het ziekenhuis van mensen met ‘alleen een blindedarmontsteking of longontsteking’. Als je niet minimaal 2 of 3 aandoeningen hebt, ga je na een dagbehandeling gewoon weer naar huis. En die patiënten die dus weldegelijk ook zorg nodig hebben, belanden in de thuiszorg. Dat vraagt heel andere competenties in alle vormen van zorg. Dat maakt me erg bewust dat we studenten goed moeten voorbereiden op hun vak.” 

Een veilige omgeving 

Dat sommige casussen je bijblijven, weet Ginny als geenander. De eerste vraag die ze ’s ochtends in de klas stelt, is dan ook: ‘Hoe gaat het met jullie?’. “Zo geef ik de studenten de ruimte om te vertellen wat ze hebben meegemaakt, waarom ze blij zijn of juist ergens mee zitten. Vaak vragen degene die iets willen delen, of ze nog even met me mogen praten. Natuurlijk mag dat! Mijn deur staat altijd open en er is geen drempel. Een student moet gezien en gehoord worden.” Voor Ginny stopt het docentschap niet zodra de les voorbij is, in sommige gevallen vragen situaties ook om meer begeleiding die ze vervolgens met liefde geeft. “Ik maak wel eens de grap: ‘ik heb eigen kinderen en ik heb Gilde kinderen’. Ik ga voor beiden net zo hard door het vuur. Als een student moeilijkheden heeft op school, stage of in de thuissituatie dan grijpt me dat aan en doe ik er alles aan om te zorgen dat hij of zij weer op de juiste plek terechtkomt.”  

Maar ook in klassikale sfeer zorgt Ginny ervoor dat studenten heftige of schokkende (medische) situaties die ze meemaken, kunnen delen. “Bij ons geldt: ‘What happens in the classroom, stays in the classroom’. Als je thuis niet kunt ventileren omdat het misschien de buurvrouw betreft, moet het in een veilige omgeving wél kunnen. Dan kunnen studenten met elkaar meedenken en wordt de situatie een stuk minder zwaar.”

Casus is de basis 

Door haar rol als docent blijft Ginny toch middenin het vak staan: “Ik ben iemand die graag in de praktijk werkt. Ik heb vóór mijn werk bij Gilde Opleidingen als opleidingsfunctionaris in het ziekenhuis gewerkt, maar dat was voor mij teveel hands-off. Dan hang je er boven om te kijken of alles loopt.” Nu mag ze haar kennis – die ze in haar vrije tijd graag bijspijkert via vakliteratuur en ervaringen van oud-collega’s en vrienden in de zorg  – overbrengen en casussen delen in de klas. “Ik ben misschien een vreemde eend in de bijt maar ik geef nog echt les. De computers gaan dan dicht, de telefoons in de tas en dan vertel ik over theorie. Daarna is het tijd om die theorie uit casussen van ieders eigen praktijk te bespreken. Als studenten iets uit een casus uit kunnen leggen, snappen ze het systeem. Dat is belangrijker dan de theorie uit een boek kunnen citeren.”  Om nog beter aan te sluiten bij de belevingswereld van de hedendaagse studenten, heeft Ginny 2 jaar geleden de master Ontwerpen Van Eigentijds Leren (MOVEL) succesvol afgerond onder het motto: “Je bent nooit te oud om te leren.”

Kleinschaligheid als kracht

“Ik vind het heel fijn dat we bij Gilde Opleidingen nog echt die persoonlijke tijd kunnen geven aan onze studenten. Doordat de klassen en locaties klein zijn, voelen studenten zich geen nummer. Dat uit zich niet alleen in gepersonaliseerd les kunnen geven, maar ook in de begeleiding als een student niet op zijn plek zit. Er wordt dan gekeken naar wat iemand nodig heeft om te ontdekken waar hun hart ligt”, vertelt Ginny. En dat ze juist dat zo belangrijk vindt, bewijst hoe sterk haar betrokkenheid is. 

De Gouden Motor

En die betrokkenheid viel op. Bij studenten, bij collega’s en bij haar teammanager. Daarom werd ze begin 2026 genomineerd voor de studenten- en docentenverkiezing ‘De Gouden Motor’. Op 11 juni nam ze zelfs de eerste prijs in ontvangst! 

Benieuwd naar de verhalen van Ginny’s collega's? Je vindt ze hier!